Subsidies

Gemeentelijk reglement voor betoelaging van het onderhoud van kleine landschapselementen.

(Vastgesteld door de gemeenteraad op 21 mei 2010).

Hoofdstuk 1

Art. 1

Binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene kredieten kan het College van Burgemeester en Schepenen een subsidie verlenen voor het onderhoud van kleine landschapselementen. De betoelaagbare objecten zijn gelegen op het grondgebied van de gemeente, in de zones die op het gewestplan aangeduid zijn als agrarisch gebied, agrarisch gebied met landschappelijke waarde, agrarisch gebied met ecologisch belang, natuurgebied, reservaatgebied en parkgebied.

Art.2

Indien voor de aanvrager de mogelijkheid bestaat om voor het betoelaagbare kleinelandschapselement een beheerovereenkomst af te sluiten met de Vlaamse Landmaatschappij, dan komt het element niet in aanmerking om betoelaagd te worden via het gemeentelijk reglement.

Art. 3

Als betoelaagbare kleine landschapelementen komen in aanmerking:

  • Haag: een lijnvormige aanplanting van inheemse houtachtige gewassen met compacte structuur die bij normaal onderhoud door periodieke snoei in vorm wordt gehouden

  • Houtkant: een strook grond, inbegrepen taluds, welke met inheemse bomen, struiken en kruiden begroeid is. De exploitatie bestaat uit het periodiek kappen van de houtachtige gewassen tot aan de grond, door het natuurlijk opslagvermogen van bepaalde loofhoutsoorten worden dan op de stronken nieuwe loten gevormd.

  • Inheemse knotbomen : inheemse loofbomen van minimaal 50 cm stamomtrek op 1.5 m hoogte, die regelmatig geknot worden met een tussenperiode van 6 à 10 jaar.

  • Poel : klein wateroppervlak met onverharde, zacht hellende oevers, gevoed door oppervlakkig grondwater.

Art. 4

De toelage voor onderhoud is niet toekenbaar voor sierbeplanting, enkel voor streekeigen bomen en struiken.

Art. 5

Voor onderhoud kunnen volgende vergoedingen worden toegekend:

  • Voor een onderhoudssnoei van hagen met een totale lengte van minimaal 50 meter: 0,5 € per strekkende meter. De toelage is jaarlijks toekenbaar. De haag moet minstens 3 jaar oud zijn. De onderhoudssnoei mag niet gebeuren in de periode mei – augustus.

  • Voor een onderhoudskap van houtkanten met een totale lengte van minimaal 50 meter: 0.14€/m²; de toelage is om de 5 jaar of meer toekenbaar. De houtkant moet minimum5 jaar oud zijn. De onderhoudskap mag enkel uitgevoerd worden wanneer de bomen en struiken in winterrust zijn.

  • Voor het knotten van een knotboom: 12,50 € per boom, de toelage is om de 6 jaar of meer toekenbaar. Het omvormen van hoogstammige bomen tot knotbomen wordt niet betoelaagd. Gedeeltelijk knotten wordt niet betoelaagd. Het verwijderen van de takken moet tot op de bestaande knot gebeuren. Het knotten is enkel toegelaten wanneer de boom in winterrust is.

  • Voor het ruimen of aanleggen van een poel: 74,50 € voor een poel tussen de 25 m² en de 50 m² en 149 € voor een poel groter dan 50 m². De toelage is om de 10 jaar of meer toekenbaar. Volgende voorwaarden moeten na de werken voldaan zijn om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie:

    •        de poel heeft zijn originele grootte behouden in geval van ruimen;

    •        de poel moet in normale omstandigheden permanent water bevatten;

    •        uit de poel wordt geen water ontrokken tenzij voor: het drenken van vee dat zich op de aan de drinkput grenzende weilanden bevindt en het blussen van brand;

    •        de poel wordt voor tenminste 2/3 omheind indien ze in een graasweide ligt;

    •        tenminste 1 zijde van de poel indien mogelijk de kant gericht naar het zuiden, wordt zacht glooiend afgewerkt (hellingsgraad van tenminste 12/4);

    •        het water uit de put wordt niet gebruikt voor spoelen van (sproei)tanks;

    •        een strook van 2 meter rondom de poel wordt niet bemest of besproeid met biociden;

    •        het ruimen moet gebeuren in de periode september tot december;

    •        het uitzetten van eenden, ganzen, zwanen en gelijk welke vissoort is verboden;

    •        in de poel mag noch huishoudelijk afvalwater, noch elk ander afvalwater (silosap, afvalwater melkhuis, …) terechtkomen.

Hoofdstuk 2: Algemene bepalingen

Art. 6

De voorwaarden voor toekenning van de betoelaging worden door het stadsbestuur of zijn gedelegeerde ter plaatse onderzocht. De betoelaging wordt per aanvrager en per jaar

beperkt tot een plafond van 250 €.

Art 7

De betoelaging wordt toegekend aan de aanvrager. De aanvrager dient gerechtigd te zijn tot het verrichten van de onderhoudswerken waarvoor de aanvraag werd ingediend.

Art. 8

De aangevraagde werken dienen in overeenstemming te zijn met en te verlopen volgens de van toepassing zijnde regelgevingen en gebruiken.

Art. 9

De aanvraag dient te gebeuren op een daarvoor voorzien aanvraagformulier. Aanvraagformulieren kunnen telefonisch of schriftelijk aangevraagd worden bij de milieudienst of aan het loket van de milieudienst afgehaald worden. Het aanvraagformulier bevat de volgende gegevens:

  • de naam, de hoedanigheid, het adres, het bedrijfsnummer en het rekening-nummer van de aanvrager;

  • een kopie van de stafkaart (1/10 000 of 1/20 000) met duidelijke aanduiding van de betreffende objecten;

  • de beschrijving van de aard van de werken die voorgenomen worden;
  • aard van object: haag, houtkant, knotboom, poel;

  • lengte in het geval van haag en houtkant;

  • aantal in het geval van knotbomen;
  • oppervlakte in het geval van een poel;

  • voorgenomen periode van uitvoering;

  • een becijfering van de aangevraagde toelage volgens de gegevens in artikel 6.

Art. 10

De aanvraagformulieren tot betoelaging worden overgemaakt aan het College vanBurgemeester en Schepenen vooraleer de werken worden uitgevoerd.

Art. 11

Het College van Burgemeester en Schepenen beslist over de toekenning van de toelage en het bedrag ervan, op advies van de stedelijke milieudienst. Aan de toekenning van de toelage kunnen door het College nadere condities worden verbonden met betrekking van de uitvoeringswijze. De toekenning van de toelage kan worden geweigerd wanneer de uitvoering van het vooropgestelde werk om natuur- of landschapsredenen door het College ongewenst geacht wordt. De aanvrager wordt van de beslissing van het College schriftelijk in kennis gesteld.

Art. 12

Na voltooiing van het werk dient de begunstigde een "Aanvraag tot uitbetaling" in bij hetstadsbestuur. Dit gebeurt aansluitend op de voltooiing van het werk en uiterlijk binnen de 9 maanden na de kennisgeving van goedkeuring van de aanvraag.  Het stadsbestuur kan de uitvoering ter plaatse controleren alvorens tot uitbetaling over te gaan.

Art. 13

Wanneer de werken onvolledig of gebrekkig uitgevoerd zijn of indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 5 , kan de toelage bij beslissing van het schepencollege verminderd, uitgesteld of geweigerd worden. Er wordt in geen geval een hogere vergoeding uitgekeerd dan bij toekenning voorzien.

Art. 14

Indien, ook na de uitkering van de toelage, blijkt dat de aanvrager dit reglement opaantoonbare wijze heeft overtreden kan het Stadsbestuur het gestorte bedrag terugvorderen.

Art. 15

De kleine landschapselementen waarvoor een onderhoudstoelage is uitgekeerd, moeten voor een periode van minstens 6 jaar in stand gehouden worden, tenzij een dwingende reden van overmacht de aanvrager tot verwijdering dwingt (vb. openbare werken, onteigeningen, rampen,...)

Milieuloket

Markt 22
8957 Mesen
T 057 22 17 10
F 057 48 65 63
milieu.mesen@publilink.be