Hulpmiddelen voor personen met een beperkte mobiliteit

Wie door chronische ziekte, ouderdom of een beperking een hulpmiddel nodig heeft om zich te verplaatsen, kan een "mobiliteitshulpmiddel" kopen of huren. Dat hulpmiddel hoeft u niet (volledig) zelf te betalen. Het gaat om hulpmiddelen die iemand heel zijn leven (of toch lange tijd) nodig heeft. Het zijn dus geen krukken of rolstoelen die u tijdelijk leent via uw ziekenfonds. Voorbeelden van mobiliteitshulpmiddelen zijn:

  • manuele rolstoelen: er zijn standaard rolstoelen, meer aanpasbare "modulaire" rolstoelen, “actief” rolstoelen , verzorgingsrolstoelen, rolstoelonderstellen voor een zitschelp en types voor kinderen zoals duwwandelwagens en kinderrolstoelen
  • elektronische rolstoelen: rolstoelen met elektromotoren, te bedienen met een joystick en bedieningsknoppen. Er zijn types voor binnen, binnen en/of buiten en voor kinderen
  • scooters: zitscooters of wagentjes met drie of vier wielen voor zowel binnen als buiten
  • driewielfietsen: fietsen voor verplaatsingen buiten en voor wie niet met een gewone tweewieler kan fietsen
  • loophulpmiddelen: biedt ondersteuning bij het staan of stappen
  • staysystemen: een elektrisch instelbare statafel, die ondersteunt bij het rechtstaan

Opgelet: sommige (andere) hulpmiddelen vallen onder de bevoegdheid van het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap). Het gaat onder meer om aanvragen van (aanpassingen op) tweewielfietsen, aanpassingen van de woning, trapliften, auto aanpassingen, enzovoort. Een kort overzicht van welke hulpmiddelen nog tot bevoegdheid VAPH horen:

  • Aankoppelwielen voor manuele rolstoel
  • Ombouwpakket elektrische ondersteuning voor manueel aankoppelwiel
  • Elektrische aankoppeleenheid/trekeenheid voor manuele (hoepel)rolstoel
  • Driewiel(lig)fietsen enkel met handtrappers (niet met dubbel aandrijfsysteem: voet- en handtrappers!)
  • Rolstoelfiets
  • Rolstoelplateaufiets
  • Rolstoel-fietsverbinding
  • Tandems, duofietsen, aanhangfietsen
  • Rolstoelhulpmotor voor de begeleider

Om na te gaan of het gevraagde hulpmiddel kan aangevraagd worden bij VSB contacteert u best de zorgkas van aansluiting. U kunt ook de website van het VAPH raadplegen.

Staatshervorming

Door de 6de staatshervorming is het mobiliteitshulpmiddelenbeleid overgeheveld naar de deelstaten.

  • Het gaat hierbij om mobiliteitshulpmiddelen die vóór 1 januari 2019 konden worden aangevraagd bij het ziekenfonds en waarvoor het RIZIV een tussenkomst voorziet zoals: loophulpmiddelen, manuele rolstoel, elektronische rolstoel, elektronische scooter, statafel, enzovoort.
  • Het gaat ook over de aanvullende tegemoetkomingen die vóór 1 januari 2019 konden worden aangevraagd bij het VAPH zoals: onderhoud en herstellingen op een rolstoel, een tweede rolstoel, een buggy groot formaat, supplementen op een rolstoel, enzovoort.

Beiden kunnen sinds 1 januari 2019 slechts op 1 manier aangevraagd worden, namelijk door een erkende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen. Deze verstrekker dient uw aanvraag via digitale weg in bij uw zorgkas, die een beslissing zal nemen.

Het is dus niet langer uw verzekeringsinstelling (ziekenfonds/mutualiteit) die instaat voor het behandelen van aanvragen van mobiliteitshulpmiddelen, maar de zorgkassen. En in plaats van het RIZIV zal het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming instaan voor het mobiliteitshulpmiddelenbeleid en de financiering en de aansturing van de zorgkassen.

Let wel: voor vragen over uw dossier mobiliteitshulpmiddelen van 2018, neemt u best contact op met uw ziekenfonds. Vlaanderen staat in voor de dossierbehandeling sinds 1 januari 2019.

Voorwaarden

Voorwaarden sinds 1 januari 2019

  • U moet aangesloten zijn bij de Vlaamse sociale bescherming dus lid zijn van een zorgkas: uw verstrekker kan controleren of u aangesloten bent en in orde bent met de premiebetaling. Indien uw aansluiting niet in orde is zullen de verstrekker en de zorgkas, samen met u, de nodige stappen ondernemen om dit wel in orde te brengen.
  • Uw behoefte aan een mobiliteitshulpmiddel moet voorgeschreven zijn door een arts (bijvoorbeeld huisarts) of een rolstoeladviesteam. Zij stellen de gezondheidsproblemen vast die u voor lange tijd of permanent belemmeren in uw vermogen om u te verplaatsen op eigen kracht. Mensen die lijden aan een “snel degeneratieve aandoening (SDA)”, kunnen met een snellere en flexibelere aanvraag hun mobiliteitshulpmiddel huren (in plaats van kopen). Zo'n aandoening moet worden vastgesteld door een neuroloog of door een gespecialiseerd rolstoeladviesteam.

  • Voor elke mobiliteitshulpmiddel (ook een loophulpmiddel) is een medische indicatiestelling nodig. Voor “eenvoudigere mobiliteitshulpmiddelen” is een medisch voorschrift van de huisarts voldoende. Voor “complexere mobiliteitshulpmiddelen” is een rolstoeladviesrapport nodig. Voor een scooter is zowel een medisch voorschrift als een rolstoeladviesrapport nodig. Welke documenten nodig zijn voor de rolstoel die wordt aangevraagd, weet de zorgkas of de verstrekker het best. De gebruiker wendt zich daarom best naar een verstrekker (van keuze) die zal bekijken welk mobiliteitshulpmiddel geschikt is en welke documenten nodig zijn.

  • In bepaalde gevallen moet u uw mobiliteitshulpmiddel huren in plaats van kopen:

    • Wanneer u thuis woont en ouder bent dan 85 jaar.
    • Wanneer u in een woonzorgcentrum woont.
    • Wanneer u lijdt aan een snel degeneratieve aandoening.
    • Wanneer u net uit revalidatie komt
    • Wanneer u bij het ziekenfonds een aanvraag hebt gedaan voor een palliatief forfait

      Huren moet enkel bij manuele rolstoelen (standaard rolstoelen, modulaire rolstoelen en verzorgingsrolstoelen). Bij verhuur voor personen die lijden aan een snel degeneratieve aandoening, kunnen ook elektronische rolstoelen en elektronische scooters worden gehuurd. De Vlaamse Sociale Bescherming betaalt dan de maandelijkse huurprijs aan uw verstrekker, u hoeft zelf niets te betalen.

Procedure

Procedure sinds 1 januari 2019

  1. U gaat langs bij uw huisarts of specialist. De arts stelt een specifiek medisch voorschrift voor mobiliteitshulpmiddelen op. Naargelang welk mobiliteitshulpmiddel u wenst aan te vragen, is er ook nog een rolstoeladviesrapport nodig. In dat geval zal uw huisarts u doorverwijzen naar een rolstoeladviesteam. Een rolstoeladviesteam is een team van verschillende zorgverleners gespecialiseerd in onder meer mobiliteitshulpmiddelen. Ze zijn meestal verbonden aan een (revalidatie)ziekenhuis.
    Alle documenten (medisch voorschrift, rolstoeladviesrapport,...) zijn standaardsjablonen en zijn terug te vinden op de website van de Vlaamse sociale bescherming.
  2. Ga met dat voorschrift of rolstoeladviesrapport naar een verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen(vroeger benoemd als erkend bandagist). Die zal u adviseren over de mogelijkheden, een mobiliteitshulpmiddel voorstellen en samen met u een aanvraagformulier invullen.
  3. Uw verstrekker stuurt uw aanvraag digitaal naar uw zorgkas. Er gebeuren een aantal controles.
  4. U krijgt een brief van uw zorgkas waarin staat voor welk mobiliteitshulpmiddel de Vlaamse Sociale Bescherming tussenbeide komt in de kosten. Uw verstrekker bezorgt u het hulpmiddel. Hij kan het hulpmiddel pas leveren nadat u een brief met een positieve beslissing hebt gekregen. Bij de meeste mobiliteitshulpmiddelen kan de verstrekker nog aanpassingen doen om het toestel nog meer af te stemmen op wat u nodig hebt.

Bedrag

Terugbetaling sinds 1 januari 2019

De Vlaamse Sociale Bescherming zorgt ervoor dat een mobiliteitshulpmiddel voor iedereen betaalbaar is. Ze vergoedt:

  • een vast bedrag voor een mobiliteitshulpmiddel dat u koopt. Dat bedrag is afhankelijk van het type hulpmiddel. U kunt altijd kiezen voor een hulpmiddel dat volledig door dat bedrag gedekt wordt,
  • de volledige huurprijs als u een mobiliteitshulpmiddel huurt,
  • een bedrag voor de kosten van onderhoud en herstellingen: Hoeveel het onderhoudsbudget bedraagt, hangt af van het mobiliteitshulpmiddel en uw medische toestand. Doorgaans volstaat het onderhoudsbudget voor de gangbare onderhoudsbeurten en herstellingen. Iedere verstrekker kan u vertellen hoeveel er nog rest van uw onderhoudsbudget. Ook uw zorgkas kan nagaan hoeveel budget er nog op uw teller staat.

U betaalt zelf:

  • mogelijk een supplement voor bepaalde duurdere producten of uitvoeringen van een mobiliteitshulpmiddel,
  • de meerprijs als u voor een geavanceerder hulpmiddel kiest dan waarvoor u in aanmerking komt,
  • voor aanpassingen aan uw hulpmiddel waarvoor u niet in aanmerking komt of die niet vergoedbaar zijn,
  • voor kosten voor onderhoud en herstellingen boven uw vast bedrag,
  • de eventuele aankoop van meerdere mobiliteitshulpmiddelen,
  • eventueel een waarborg, transportkosten en schade bij verhuur.